Citaat | Hoge Raad 8 september 2015

Onder 3 Hoge Raad 8 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:4162.

"Ik doe deze aangifte van oplichting namens het bedrijf [B] te [vestigingsplaats] (Italië). Het gaat om een bedrijf dat groente en fruit levert in de hele wereld. In oktober 2009 kreeg mijn bedrijf contact met een bedrijf uit [plaats] , [A] B.V. Het contact was telefonisch later ook via e-mail. De contactpersoon ik altijd sprak van [A] heet [betrokkene 1] . [A] wilde graag fruit en bepaalde groenten van ons geleverd krijgen. Nadat de garantie viaSACE BT (een garantiebedrijf) geregeld was, begonnen wij met de eerste levering op 19 december 2009. Daarna volgden verdere leveringen. Telkens na aanvraag van [betrokkene 1] . Er wären bestellingen met daaropvolgende leveringen op: 4 januari 2010 en 16 januari 2010. Daarop volgden betalingen op 4 februari en 17 februari 2010. Besteld en geleverd werd er daarna weer op 19 februari 2010, op 2 maart 2010 en op 9 maart 2010. Er werd weer betaald op 11 maart 2010."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b927e19a9529e15d8e3a2116b7a65ca0e4d94f48924252e805cc3f7bf34e3e37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b927e19a9529e15d8e3a2116b7a65ca0e4d94f48924252e805cc3f7bf34e3e37, en de alinea staat in dat document op bytes 40763 tot 41693.