Citaat | Hoge Raad 13 januari 2015
Onder 5.2. Hoge Raad 13 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:46.
De eerste grond komt kennelijk hierop neer dat uit nieuw bekend geworden feiten blijkt dat het Openbaar Ministerie in de strafzaak wat betreft de met de getuige [betrokkene 1] getroffen overeenkomst ernstig is te kort geschoten door aan het Hof geen volledige opening van zaken te geven. Ware de rechter daarmee bekend geweest, dan zou dat, aldus de aanvrage, geleid hebben tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, althans tot vrijspraak. In dat verband wordt in de aanvrage tevens de stelling betrokken dat uit genoemde feiten volgt dat de in de strafzaak tegen de aanvrager door [betrokkene 1] afgelegde verklaringen niet overeenkomstig de waarheid zijn afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5311ec2cf3f222d2013d7178d3de39d7c61f90c5ea7f25d490aafdbc16ef8a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5311ec2cf3f222d2013d7178d3de39d7c61f90c5ea7f25d490aafdbc16ef8a9, en de alinea staat in dat document op bytes 19278 tot 19993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5311ec2cf3f222d2013d7178d3de39d7c61f90c5ea7f25d490aafdbc16ef8a9 | shasum -a 256