Citaat | Hoge Raad 13 januari 2015

Onder 6.3.3. Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:46.

Voorzover in de aanvrage in dit opzicht wordt bedoeld te betogen dat uit een Belgisch strafrechtelijk onderzoek tegen onder meer [betrokkene 1] valt te destilleren dat [betrokkene 1] voorafgaand aan of ten tijde van het Stellendamtransport ook bij andere drugstransporten was betrokken en over grote sommen geld heeft beschikt - en heeft kunnen blijven beschikken - valt niet in te zien dat daaruit zou moeten volgen dat, zoals in de aanvrage wordt geconcludeerd, "hetgeen ter zitting van het Hof in de zaak van verzoeker (is gesteld) niet als de volledige waarheid en verantwoording op dit punt van de motieven en toezeggingen van [betrokkene 1] (moet) worden beschouwd, althans (...) minimaal aannemelijk (moet) worden geacht, dat het ondervragingsrecht op dit punt niet ten volle benut is kunnen worden en dat het openbaar ministerie gezwegen heeft waar (het) had moeten spreken".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5311ec2cf3f222d2013d7178d3de39d7c61f90c5ea7f25d490aafdbc16ef8a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5311ec2cf3f222d2013d7178d3de39d7c61f90c5ea7f25d490aafdbc16ef8a9, en de alinea staat in dat document op bytes 23282 tot 24178.