Citaat | Hoge Raad 27 februari 2015
Onder 2.4.2. Hoge Raad 27 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:468.
Op grond van de hiervoor in 2.1 vermelde feiten en de in cassatie niet of tevergeefs bestreden oordelen van het Hof in onderdeel 5.7 van zijn uitspraak moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat ten tijde van de vervreemding van de aandelen het vermogen van de BV toereikend was voor het voldoen van de op dat moment verschuldigde vennootschapsbelasting en dat het vermogen van de BV na de vervreemding van de aandelen buiten toedoen van belanghebbende is verminderd anders dan ten gevolge van de normale bedrijfsuitoefening van de BV. In een dergelijk geval is het pas dan aan de verkopende aandeelhouder te wijten dat het vermogen van de vennootschap ontoereikend is in de zin van artikel 40, lid 6, van de Wet, indien hij ten tijde van de vervreemding wist of behoorde te weten dat de koper van de aandelen of een derde door het entameren van buiten de normale bedrijfsvoering liggende handelingen de verhaalsmogelijkheden van de ontvanger illusoir zou maken. Uit het bepaalde in artikel 40, lid 6, van de Wet volgt dat de bewijslast dat hiervan geen sprake is geweest, op de aansprakelijkgestelde rust (zie HR 27 juni 2014, nr. 13/03045, ECLI:NL:HR:2014:1525, BNB 2014/204).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e44707dee5edf20a245678f94feecad9fea687b94460319feeedb7f814fdb0ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e44707dee5edf20a245678f94feecad9fea687b94460319feeedb7f814fdb0ce, en de alinea staat in dat document op bytes 13952 tot 15144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e44707dee5edf20a245678f94feecad9fea687b94460319feeedb7f814fdb0ce | shasum -a 256