Citaat | Hoge Raad 13 januari 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:48.

5. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal d.d. 11 november 2010 (pagina's 550 en verder van het onder 1. genoemde dossier) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Als verklaring van [betrokkene 4]: Het weekend dat [verdachte] met mijn broer [slachtoffer] heeft gevochten in de Mystic is [verdachte] bij mij geweest. Hij stond namelijk bij mij in de achtertuin en bonkte op de ramen. Ik opende de deur naar de achtertuin. Dat was op 23 oktober 2010 om 05:30 uur. Hij zei tegen mij dat hij [slachtoffer] zou gaan schieten. Ik hoorde dat [verdachte] riep: "Bel de begrafenisondernemer maar voor je broer. Zeg maar tegen je broer dat hij dood is".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/283eddc887f82b04170090908b79fd08fcb2224fbf8666c7426779402fd14b0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 283eddc887f82b04170090908b79fd08fcb2224fbf8666c7426779402fd14b0b, en de alinea staat in dat document op bytes 16005 tot 16745.