Citaat | Hoge Raad 27 februari 2015

Onder 3.3.3 Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:499.

Onderdeel 4d komt op tegen de overweging van het hof (rov. 2.10) dat door ING niet is gesteld dat [verweerster 1] op de hoogte was van de terugwerkende kracht tot 00:00 uur van een uit te spreken faillissement. Geklaagd wordt in de eerste plaats dat zonder nadere toelichting niet valt in te zien dat een eventueel gebrek aan kennis van de Faillissementswet zou afdoen aan het persoonlijk ernstig verwijt dat [verweerster 1] kan worden gemaakt van haar handelen. De klacht is ongegrond. Voor aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap voor een tekortkoming of onrechtmatige daad van die vennootschap is vereist dat de bestuurder ter zake van de daaruit voortvloeiende benadeling van derden persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Onbekendheid met een bepaalde wettelijke regel kan in dit verband mede van belang zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fdda78f65c4c70357abd438d20505b6cf8de8587fbcdbc94d239f9a69aa720f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fdda78f65c4c70357abd438d20505b6cf8de8587fbcdbc94d239f9a69aa720f, en de alinea staat in dat document op bytes 17255 tot 18113.