Citaat | Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 3.2. Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:505.
De rechtbank is in het onderhavige geval van oordeel dat bezwaarde tegen deze tussentijdse beslissing van de rechter-commissaris een bezwaarschrift kan indienen bij (de raadkamer van) de rechtbank. Het enkele feit dat in artikel 316, lid 3 (nieuw) van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de eerste afdeling van de Derde Titel van dit wetboek niet is vermeld, maakt dat niet anders. In bedoelde afdeling is aan de verdachte het recht toegekend een bezwaarschrift in te dienen bij de rechtbank indien de rechter-commissaris weigert de door de verdachte gewenste onderzoekshandelingen te verrichten (artikelen 182, lid 6 en 183, lid 3 Sv). Laatstgenoemde artikelen hebben betrekking op het vóóronderzoek (voorheen gerechtelijk vooronderzoek) als er van (een voornemen tot) dagvaarden, laat staan een zittingsrechter, nog geen sprake is. In die zin is het begrijpelijk dat de eerste afdeling van de Derde Titel niet in artikel 316, lid 3, Sv is opgenomen: van vooronderzoek in evenbedoelde zin kan immers in de situatie van artikel 316 Sv geen sprake meer zijn. Het wegvallen van de bij dit wetboek bepaalde mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen staat in het onderhavige geval echter niet in de weg aan de ontvankelijkheid van bezwaarde in zijn bezwaarschrift.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34feab8516eb4eb038509e017bc6847bb32dae11ced9f307ded3719ef2db7110. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34feab8516eb4eb038509e017bc6847bb32dae11ced9f307ded3719ef2db7110, en de alinea staat in dat document op bytes 12056 tot 13338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34feab8516eb4eb038509e017bc6847bb32dae11ced9f307ded3719ef2db7110 | shasum -a 256