Citaat | Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 4.3. Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:505.
Zoals hiervoor is overwogen, is na (kennisgeving van) dagvaarding of na verwijzing op de voet van art. 316 Sv geen plaats voor vorderingen of verzoeken aan de rechter-commissaris als bedoeld in art. 181 Sv en art. 183 Sv. Dat brengt mee dat tegen een in die fase door de rechter-commissaris gegeven afwijzing van aan hem door de officier van justitie of de verdachte kenbaar gemaakte onderzoekswensen geen hoger beroep op grond van art. 446, eerste lid, Sv openstaat, respectievelijk geen bezwaarschrift op grond van art. 183, derde lid, Sv kan worden ingediend. Een andere opvatting zou afbreuk doen aan de sturende positie van de zittingsrechter en nodeloze complicaties kunnen veroorzaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34feab8516eb4eb038509e017bc6847bb32dae11ced9f307ded3719ef2db7110. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34feab8516eb4eb038509e017bc6847bb32dae11ced9f307ded3719ef2db7110, en de alinea staat in dat document op bytes 27252 tot 27957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34feab8516eb4eb038509e017bc6847bb32dae11ced9f307ded3719ef2db7110 | shasum -a 256