Citaat | Hoge Raad 3 maart 2015
Onder 2.4. Hoge Raad 3 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:511.
Behalve dat de diefstal is begaan door twee of meer verenigde personen in de zin van art. 311, eerste lid onder 4°, Sr is in de onderhavige zaak blijkens de bewijsvoering de diefstal door de verdachte gepleegd onder een van de strafverzwarende omstandigheden als genoemd in voormelde bepaling onder 5°. In het licht daarvan en gelet op de wettelijke strafmaxima en in aanmerking genomen voorts de door het Hof opgelegde straffen en de motivering daarvan, is het belang van de verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. De schriftuur bevat evenwel niet de in HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241, rov.2.6.2 bedoelde, in zo een geval vereiste toelichting met betrekking tot het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Hof met het oog op een nieuwe behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24ef973a5fc9be1336f420c2240f3d553e1923ce3686b198219efd1848da8d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24ef973a5fc9be1336f420c2240f3d553e1923ce3686b198219efd1848da8d7, en de alinea staat in dat document op bytes 10144 tot 11068.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24ef973a5fc9be1336f420c2240f3d553e1923ce3686b198219efd1848da8d7 | shasum -a 256