Citaat | Hoge Raad 6 maart 2015
Onder 3.7.4 Hoge Raad 6 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:523.
De Staat heeft dit betwist. Hij heeft in de eerste plaats aangevoerd dat deze waardevermindering niet een schade is die het rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van het verlies van de onteigende gronden, maar van de door het Waterschap uit te voeren werken. In de tweede plaats heeft de Staat zich beroepen op de omstandigheid dat [eiser] c.s. inmiddels het overblijvende hebben verkocht aan het Waterschap, zodat zij in zoverre geen schade (meer) lijden. In de derde plaats heeft de Staat betoogd dat op de peildatum al bekend was dat het Waterschap ter plaatse werkzaamheden zou gaan uitvoeren, hetgeen een waardedrukkend effect had op alle gronden in het desbetreffende gebied, waaronder het overblijvende. De hydrologische gevolgen van de omlegging van de Zuid-Willemsvaart Maas-Den Dungen doen zich voorts niet alleen voor op het overblijvende, maar ook op alle andere omliggende gronden. Daarom kunnen [eiser] c.s., evenals de eigenaren van die omliggende gronden, terzake geen andere aanspraak doen gelden dan op vergoeding van planschade, zulks tot een lager bedrag dan dat van de volledige schadevergoeding die op de voet van de art. 40 en 41 Ow dient te worden toegewezen, aldus nog steeds de Staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f76af2dfe11c5a29ea6c1e18fa4ca3b03b8b5545edda4d37317e5709466dea6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f76af2dfe11c5a29ea6c1e18fa4ca3b03b8b5545edda4d37317e5709466dea6, en de alinea staat in dat document op bytes 20964 tot 22189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f76af2dfe11c5a29ea6c1e18fa4ca3b03b8b5545edda4d37317e5709466dea6 | shasum -a 256