Citaat | Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:532.

Ik doe aangifte namens de benadeelden [betrokkene 2] en [betrokkene 3] van inbraak in de woning aan de [a-straat 1] in Amersfoort. Op 21 december 2012 omstreeks 1.00 uur had ik de woning afgesloten en onbeschadigd achtergelaten. Mijn dochter [betrokkene 2] werd op 22 december 2012 omstreeks 11.00 uur gebeld door de politie Amersfoort met de vraag of zij een laptop van het merk Toshiba in haar bezit zou hebben. [betrokkene 2] heeft inderdaad een laptop van het merk Toshiba. [betrokkene 2] hoorde de politie zeggen dat de laptop op dit moment in het bezit was van de politie. Na het telefoongesprek zijn wij naar de woning gegaan. Ik zag dat het raam aan de achterkant van de woning op een kier stond. [betrokkene 2] zag dat haar Toshiba laptop was weggenomen. [betrokkene 3] zag dat haar televisie was weggenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/599f4bc358bd22db01ec5c7a5fd48d2528f87f7e612bced1535de845940e1cf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 599f4bc358bd22db01ec5c7a5fd48d2528f87f7e612bced1535de845940e1cf7, en de alinea staat in dat document op bytes 6414 tot 7244.