Citaat | Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:534.

Cliënt werd in de periode juni t/m augustus 2010 in verband met een psychose opgenomen bij het RPC in Woerden. Vanaf september 2010 was cliënt hiervoor in behandeling bij Altrecht in Utrecht. Cliënt werd gediagnosticeerd met een psychose met classificatie P689. Cliënt heeft vervolgens tot medio februari 2011 een rechterlijke machtiging gehad. Op 2 augustus 2012 werd cliënt opnieuw opgenomen door de crisisdienst. Cliënt werd geplaatst op de gesloten Acute Psychiatrie afdeling van Altrecht in Zeist. Cliënt heeft hierna in detentie gezeten van 8 januari 2013 tot en met 21 juni 2013. Cliënt onderging de detentie in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum van PI Vught. Om te voorkomen dat cliënt in vrijheid werd gesteld, werd aan cliënt op 17 juni 2013 een voorlopige machtiging verleend ingevolge de Wet BOPZ. Cliënt werd op 24 juni 2013 in een psychotische toestand overgebracht naar het RPC in Woerden. Cliënt wordt in deze zaak verdacht van een winkeldiefstal op 3 juli 2013. Uit cliënt zijn verklaring blijkt dat hij niet op tijd was teruggekeerd van verlof naar het RPC in Woerden. Nadat cliënt zijn psychiatrische toestand was gestabiliseerd werd cliënt op 12 juli 2013 ontslagen uit het RPC in Woerden. Op 19 juli 2013 wordt cliënt aangehouden op verdenking van diefstal van een Jaguar (21/007265-13). Cliënt wordt voor die zaak in eerste instantie geplaatst op de Extra Zorgvoorziening afdeling van PI Utrecht loc. Wolvenplein maar wordt al snel overgeplaatst naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum van PI Vught. Uit het selectieadvies d.d. 5 september 2013 blijkt dat cliënt verhalen vertelt die niet zijn te volgen, in het luchtledige praat en dat hij op nachtrapport is gezet om hem in de gaten te houden. Uit de indicatiestelling d.d. 5 september 2013 blijkt dat cliënt geen ziektebesef heeft, steeds meer afglijdt in dwanghandelingen en dient te worden overgeplaatst naar het PPC van PI Vught om zijn psychose te stabiliseren. Ook de reclassering stelt in het zogeheten rechtszittingadvies d.d. 11 september 2013 vast dat cliënt niet is te volgen. In dit adviesrapport wordt verwezen naar de Pro Justitia rapportage d.d. 6 maart 2013, waaruit naar voren komt dat er bij cliënt sprake is van psychiatrische problematiek. Er was een vermoeden van een schizofrene stoornis in combinatie met middelengebruik. Het denken van cliënt was inhoudelijk omslachtig en verward waarbij cliënt af en toe een bizarre indrukt maakte. De verdediging stelt dat cliënt zijn psychische stoornis vanaf 2010 nagenoeg gelijk is gebleven. Cliënt heeft geen ziektebesef.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07796fb3e2d5a5c9e255897b5bab746479fce6f467a5c927c4886aa3cb1134a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07796fb3e2d5a5c9e255897b5bab746479fce6f467a5c927c4886aa3cb1134a6, en de alinea staat in dat document op bytes 7825 tot 10431.