Citaat | Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 2.3. Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:534.

Het Hof heeft het door de raadsman gedane verzoek, niet onbegrijpelijk, opgevat als een verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader (gedrags)deskundig onderzoek naar de geestestoestand van de verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit. Een dergelijk verzoek is een verzoek als bedoeld in art. 328 Sv in verbinding met art. 330 Sv om gebruik te maken van een in art. 316 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf voor de beslissing op een zodanig verzoek is of de rechter de noodzaak van het verzochte is gebleken. Het Hof heeft bij zijn beslissing tot afwijzing van dit verzoek derhalve de juiste maatstaf toegepast. Die beslissing is evenwel, gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, in het bijzonder omtrent de aard van de bij de verdachte aanwezige psychiatrische problematiek en zijn verblijf in het Regionaal Psychiatrisch Centrum (RPC) te Woerden in de periode van het plegen van het aan hem tenlastegelegde feit, ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07796fb3e2d5a5c9e255897b5bab746479fce6f467a5c927c4886aa3cb1134a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07796fb3e2d5a5c9e255897b5bab746479fce6f467a5c927c4886aa3cb1134a6, en de alinea staat in dat document op bytes 13846 tot 14848.