Citaat | Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:535.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat zij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat zij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van haar voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d31f065c8e4f28454483c90a9d0402417e037e0cb2ce374e6ed2217f0fafc54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d31f065c8e4f28454483c90a9d0402417e037e0cb2ce374e6ed2217f0fafc54, en de alinea staat in dat document op bytes 8411 tot 8837.