Citaat | Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:543.

Het hof is van oordeel dat, met betrekking tot het eerste deel van het verweer, de Hoge Raad uit de rechtspraak van het EHRM heeft afgeleid dat alleen een verdachte die door de politie is aangehouden en van zijn vrijheid is beroofd, aan artikel 6 van het EVRM aanspraak kan ontlenen om in de gelegenheid te worden gesteld voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 25 november 2008 was er geen sprake van een dergelijke verhoorsituatie. Bij het binnentreden in de woning van verdachte is verdachte naar zijn naam gevraagd. Daarna is door de rechter-commissaris de reden van het binnentreden aan verdachte medegedeeld en zijn door de rechter-commissaris “ordemaatregelen” getroffen. Deze maatregelen betreffen weliswaar een (tijdelijke) beperking van zijn bewegingsvrijheid in zijn woning maar geen dwangmiddel, vergelijkbaar met een aanhouding. Vervolgens is de woning doorzocht en is het wapen met munitie aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd5ac2adfabdcf04869e259a06541144fd3cf7aad9bd44bc0a38436e5b7307a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd5ac2adfabdcf04869e259a06541144fd3cf7aad9bd44bc0a38436e5b7307a, en de alinea staat in dat document op bytes 13031 tot 14099.