Citaat | Hoge Raad 10 maart 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 10 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:543.
Ingevolge art. 99, tweede lid, Sv stelt de opsporende ambtenaar tijdens een doorzoeking de verdachte "in de gelegenheid, zich omtrent de ter plaatse inbeslaggenomen voorwerpen te verklaren". Zodanige gelegenheid wordt hem in die fase geboden opdat een inbeslagneming te zijnen laste kan worden afgewend indien bijvoorbeeld blijkt dat hij met die voorwerpen niets uitstaande heeft, zulks zonder dat de verdachte wordt bevraagd met betrekking tot zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit. Zulk een uitnodiging tot het afleggen van een verklaring geschiedt aldus in beginsel niet in het kader van een verhoor als bedoeld in art. 29 Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd5ac2adfabdcf04869e259a06541144fd3cf7aad9bd44bc0a38436e5b7307a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd5ac2adfabdcf04869e259a06541144fd3cf7aad9bd44bc0a38436e5b7307a, en de alinea staat in dat document op bytes 16024 tot 16670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffd5ac2adfabdcf04869e259a06541144fd3cf7aad9bd44bc0a38436e5b7307a | shasum -a 256