Citaat | Hoge Raad 13 maart 2015
Onder 2.3.2. Hoge Raad 13 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:550.
Voor de bevoegdheid om namens de Minister van EZ uitnodigingen tot betaling ter zake van antidumpingrechten vast te stellen, is in de eerste plaats van belang het door de Rechtbank aangehaalde mandaatbesluit van die minister (Besluit van 13 januari 2000, WJZ/JZ 99006944, Stcrt. 2000, nr. 11, gedeeltelijk weergegeven in onderdeel 4.2.2 van de uitspraak van het Hof). In dat besluit wordt die bevoegdheid gemandateerd aan inspecteurs, waarbij tot uitdrukking is gebracht dat onder inspecteurs wordt verstaan de inspecteurs die inzake rijksbelastingen bevoegd zijn. Artikel 4, lid 1, van het mandaatbesluit staat inspecteurs toe ondermandaat te verlenen aan tot hun eenheid behorende ambtenaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d08bfc0dcb9126a9ee438f1d40c53d1cb13cda863e7b59af5c7aa7dd0d43383. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d08bfc0dcb9126a9ee438f1d40c53d1cb13cda863e7b59af5c7aa7dd0d43383, en de alinea staat in dat document op bytes 13256 tot 13964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d08bfc0dcb9126a9ee438f1d40c53d1cb13cda863e7b59af5c7aa7dd0d43383 | shasum -a 256