Citaat | Hoge Raad 13 maart 2015
Onder 2.3.3. Hoge Raad 13 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:550.
Niettemin kan de op dit verzuim betrekking hebbende klacht niet tot cassatie leiden. Blijkens ’s Hofs uitspraak heeft het Hof aan zijn hiervoor in 2.2.1 vermelde oordeel mede ten grondslag gelegd dat belanghebbende voor het Hof heeft verklaard dat zij niet eraan twijfelt dat de ambtenaar die de uitnodiging tot betaling heeft vastgesteld, is vermeld in het hiervoor bedoelde register A. Dit betekent dat in ’s Hofs oordeel besloten ligt het oordeel dat belanghebbende niet is benadeeld door de gebrekkige bekendmaking van het mandaatbesluit van de algemeen directeur Belastingdienst/Douane. Dat oordeel is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. Dan moet worden aangenomen dat, in overeenstemming met het beginsel dat ten grondslag ligt aan artikel 6:22 Awb, dit aan de uitnodiging tot betaling klevende formele gebrek niet tot nietigheid van dit besluit leidt (vgl. HR 19 oktober 2001, nr. COO/114HR, ECLI:NL:HR:2001:ZC3635, NJ 2002/257, en HR 7 maart 2003, nr. 37702, ECLI:NL:HR:2003:AF5364, BNB 2003/181).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d08bfc0dcb9126a9ee438f1d40c53d1cb13cda863e7b59af5c7aa7dd0d43383. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d08bfc0dcb9126a9ee438f1d40c53d1cb13cda863e7b59af5c7aa7dd0d43383, en de alinea staat in dat document op bytes 17125 tot 18155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d08bfc0dcb9126a9ee438f1d40c53d1cb13cda863e7b59af5c7aa7dd0d43383 | shasum -a 256