Citaat | Hoge Raad 13 januari 2015
Onder 2.2. Hoge Raad 13 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:57.
Op 4 september 2012 was ik als fietsmonteur werkzaam in de rijwielhandel [A] te Utrecht. Ik zag dat er een man binnen kwam. Ik hoorde dat deze man met mijn collega [getuige 1] in gesprek was. Ik herkende de man in de winkel als [verdachte]. Ik hoorde dat hij een proefrit wilde maken op een fiets. Ik zag dat hij koos voor een damesfiets van het merk Union, type Karma. Mijn collega [getuige 1] gaf de fiets mee aan [verdachte] voor een proefrit, nadat [verdachte] zijn legitimatiebewijs had afgegeven. Ik heb het legitimatiebewijs gezien en ik ben er van verzekerd dat het om [verdachte] ging aan de hand van de foto en de gegevens op het legitimatiebewijs. [verdachte] heeft bij mij gewerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9a3575fc768a81c804db04a77c018132854036d6522d1226bee9d60d36f761. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9a3575fc768a81c804db04a77c018132854036d6522d1226bee9d60d36f761, en de alinea staat in dat document op bytes 8681 tot 9387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea9a3575fc768a81c804db04a77c018132854036d6522d1226bee9d60d36f761 | shasum -a 256