Citaat | Hoge Raad 13 maart 2015

Onder 4.7 Hoge Raad 13 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600.

Onder 2.6 klaagt het onderdeel dat het hof heeft miskend dat, zo al Rabobank voldoende tijdig haar weigering heeft ingeroepen, zij heeft nagelaten duidelijk aan ABN AMRO te melden waarom sprake was van “kennelijke” fraude. Volgens de klacht dient in cassatie tot uitgangspunt dat Rabobank zich in haar brief van 5 juni 2009 louter beriep op (niet nader toegelichte) stellingen van haar opdrachtgever, waarbij aan ABN AMRO niet werd medegedeeld wat Rabobank volgens het hof in rov. 2.16-2.18 uit die brief “heeft kunnen afleiden”, en waarbij Rabobank in eerste aanleg slechts van een “vermoeden” sprak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a6482c400da1cb662852b3a2fa6c4901b020fa1cdabf666c0fd9d965331136d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a6482c400da1cb662852b3a2fa6c4901b020fa1cdabf666c0fd9d965331136d, en de alinea staat in dat document op bytes 25594 tot 26220.