Citaat | Hoge Raad 13 januari 2015

Onder 2.4. Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:61.

In aanmerking genomen dat uit de vaststellingen van het Hof niet valt af te leiden of, en zo ja wanneer de verdachte door haar moeder op de hoogte is gesteld van de dag van de terechtzitting, is het kennelijke oordeel van het Hof dat zich in de onderhavige zaak een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag de verdachte tevoren bekend was als bedoeld in art. 408, eerste lid aanhef en onder c, Sv zodat het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak had moeten worden ingesteld, niet zonder meer begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45b5b4487bbbb62ff3fcb70fe5f0a35d2d03e3ffa25ead7ae91c6d91a3703111. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45b5b4487bbbb62ff3fcb70fe5f0a35d2d03e3ffa25ead7ae91c6d91a3703111, en de alinea staat in dat document op bytes 8658 tot 9214.