Citaat | Hoge Raad 16 januari 2015
Onder 3.1.8. Hoge Raad 16 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:67.
(…) De wetgever staat via artikel 229b, 2a Gemeentewet toe om in het tarief ook bijdragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen op te nemen. Deze werkwijze creëert in feite een heel specifieke en ongewone last in het kader van het BBV. Immers, het toerekeningsbeginsel gaat er normaliter van uit dat de lasten verantwoord moeten worden op het moment dat zij zich in de periode voordoen. Voor (vervangings)investeringen houdt dit in dat kapitaallasten (afschrijving en rente) pas worden verantwoord nadat de betreffende investering tot een actief heeft geleid, dat vervolgens gedurende een reeks van jaren van nut is voor de gemeente (toerekening lasten over de afschrijfperiode). Het wettelijk toestaan dat al lasten kunnen worden geraamd en verantwoord vóórdat de investering waaruit de lasten ontstaan is gerealiseerd is als gezegd heel specifiek en ongewoon.(…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b8bf31d70b1246baa0b8a37e00fd1f490f7d04be1907047c95e57b43ce73639. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b8bf31d70b1246baa0b8a37e00fd1f490f7d04be1907047c95e57b43ce73639, en de alinea staat in dat document op bytes 13515 tot 14404.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b8bf31d70b1246baa0b8a37e00fd1f490f7d04be1907047c95e57b43ce73639 | shasum -a 256