Citaat | Hoge Raad 20 maart 2015
Onder 3.3.1 Hoge Raad 20 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688.
( i) De eiser of verzoeker in het incident zal belang moeten hebben bij de door hem gevorderde of verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Indien de beslissing de veroordeling tot betaling van een geldsom betreft, is dat belang in beginsel gegeven. (Vgl. HR 27 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2602, NJ 1998/512 en HR 17 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5169, NJ 2000/353).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ade7f9e71e1c8660210e1a0a0041307723022e3195c213f776c6bfe9466ccdfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ade7f9e71e1c8660210e1a0a0041307723022e3195c213f776c6bfe9466ccdfa, en de alinea staat in dat document op bytes 10763 tot 11152.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ade7f9e71e1c8660210e1a0a0041307723022e3195c213f776c6bfe9466ccdfa | shasum -a 256