Citaat | Hoge Raad 20 maart 2015

Onder 3.6.2 Hoge Raad 20 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:689.

Art. 7:534 BW heeft - zoals mede volgt uit de preambule van de richtlijn, met name onder (38) en (39), en de toelichting op art. 7:534 BW (Kamerstukken II 2008–2009, 31 892, nr. 3, p. 40) - uitsluitend betrekking op de mogelijkheid een betaalopdracht jegens de betaaldienstverlener te herroepen, welke bevoegdheid de betaler op grond van art. 7:522 lid 3 BW in beginsel toekomt. Ratio van art. 7:534 BW is, kort gezegd, om de automatische verwerking van betalingstransacties mogelijk te maken tegen aanvaardbare kosten en om zekerheid te bieden omtrent de uitvoering van (die) transacties: is de opdracht onherroepelijk, dan kan deze (onmiddellijk) geautomatiseerd worden uitgevoerd en bestaat voor betaler en begunstigde zekerheid dat uitvoering plaatsvindt. Art. 7:534 BW beoogt echter niet om een betaling geldig te doen zijn in weerwil van het faillissement van de schuldenaar en staat niet eraan in de weg dat na die uitvoering terugbetaalverplichtingen kunnen bestaan voor de betaaldienstverlener of de ontvanger van de betaling. Het artikel doet dan ook niet af aan de regel van het arrest Vis q.q./NMB.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc, en de alinea staat in dat document op bytes 17838 tot 18963.