Citaat | Hoge Raad 20 maart 2015

Onder 3.7.2 Hoge Raad 20 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:689.

Uit het hiervoor overwogene volgt dat ook onderdeel 2 ongegrond is en dat onderdeel 5 bij gebrek aan belang evenmin tot cassatie kan leiden. Dat de huidige betalingssystemen van begin tot einde een volledig geïntegreerde automatische verwerking van betalingen kennen en dat dit betekent dat als de bank het saldo van de rekeninghouder eenmaal heeft gedebiteerd, verdere verwerking volautomatisch geschiedt, doet immers niet eraan af dat het mogelijk is dat de bank ook na de aanvang van de dag van de faillietverklaring nog handelingen moet verrichten ter effectuering van de betalingsopdracht als hiervoor in 3.5.2 en 3.5.3 bedoeld, ook al worden deze ‘volautomatisch’ uitgevoerd. Uitgaande van zijn vaststelling in rov. 4.3.8-4.3.12 dat deze handelingen in dit geval door Rabobank nog verricht moesten worden, heeft het hof, zoals volgt uit het hiervoor in 3.5.2 en 3.5.3 overwogene, met juistheid beslist dat de betaling niet geldig is geweest jegens de boedel en dat de curator het daarmee gemoeide bedrag dus kan terugvorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc, en de alinea staat in dat document op bytes 19270 tot 20320.