Citaat | Hoge Raad 20 maart 2015

Onder 3.8.3 Hoge Raad 20 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:689.

Onderdeel 4 neemt tot uitgangspunt dat het hof de verevening door DNB van de creditering, door debitering van haar rekening-courant met ING, gerekend heeft tot de door Rabobank te verrichten handelingen die nodig waren ter uitvoering van de betaalopdracht. Deze lezing van het arrest van het hof is echter niet juist. Het hof overweegt immers in rov. 4.3.9 dat het de handelingen die dienden plaats te vinden tot het moment van die verevening rekent tot bedoelde handelingen. De klachten van het onderdeel kunnen dus bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc, en de alinea staat in dat document op bytes 22676 tot 23267.