Citaat | Hoge Raad 20 maart 2015

Onder 3.10.3 Hoge Raad 20 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:689.

Gelet op het in 3.10.2 overwogene strookt het meer met het hiervoor in 3.5.2 genoemde beginsel van art. 23 Fw om aan te nemen dat de curator steeds het betaalde kan terugvorderen waarmee na het intreden van de faillissementstoestand de rekening van de schuldeiser is gecrediteerd. Dit heeft bovendien als belangrijke voordelen ten opzichte van de regel van het arrest Vis q.q./NMB (i) dat niet meer behoeft te worden nagegaan wanneer de bank van de schuldenaar alle handelingen heeft verricht die nodig zijn ter effectuering van de betaling - hetgeen praktisch moeilijk kan zijn en bovendien kan leiden tot uitkomsten die naar gelang de (soms toevallige) omstandigheden kunnen verschillen - en (ii) dat het in dit verband geen verschil meer maakt of het gaat om een rekening van de schuldeiser bij dezelfde of bij een andere bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 832e2525d3c328a856000e9828faa147ba165aa92fd72b901abf907f7594fabc, en de alinea staat in dat document op bytes 24457 tot 25300.