Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015

Onder 2.5. Hoge Raad 24 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:708.

Het oordeel van het Hof dat het verzoek tot het horen van [betrokkene] als getuige moet worden afgewezen omdat "onvoldoende [is] onderbouwd waarom het horen van voormelde getuige - gelet op de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van het hof en gezien de omstandigheid dat de hennepkwekerij op 20 maart 2012 is ontdekt en de getuige eerst op 24 mei 2012 door de politie is gehoord - in redelijkheid van belang kan zijn voor enige in de strafzaak te nemen beslissing uit hoofde van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering", is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, in het bijzonder gelet op hetgeen door de verdediging aan het verzoek ten grondslag is gelegd en op de overweging van het Hof dat genoemde [betrokkene] bij zijn eerste verhoor door de politie "reeds toen [had] kunnen verklaren dat verdachte tegen hem had gezegd dat hij niets van de hennepkwekerij wist. Dat heeft de getuige echter niet gedaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7fd34d8b53d965cde7865f9e150b5f107384906d0e14204d0880c72e68157a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7fd34d8b53d965cde7865f9e150b5f107384906d0e14204d0880c72e68157a7, en de alinea staat in dat document op bytes 16227 tot 17193.