Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015

Onder 3.2.2. Hoge Raad 24 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:709.

Ik, verbalisant [verbalisant 2], had een persoon staande, welke later bleek te zijn: [verdachte]. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat [verdachte] weg begon te lopen in de richting van het busstation. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zei tegen [verdachte] dat hij moest blijven staan. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat hij hieraan geen gehoor gaf. Hierop heb ik, verbalisant [verbalisant 1], [verdachte] vastgepakt bij zijn rechterarm, teneinde hem ter plaatse te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8dc5e5bd79ef712eaedfbd2bc6ca5a6925f2c735b4108a9a8f95fdb396bab4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8dc5e5bd79ef712eaedfbd2bc6ca5a6925f2c735b4108a9a8f95fdb396bab4b, en de alinea staat in dat document op bytes 15417 tot 15913.