Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015

Onder 3.2.3. Hoge Raad 24 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:709.

Deze waarnemingen van de verbalisanten zijn vastgelegd in een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van aanhouding, hetgeen een bewijsmiddel is als bedoeld in artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Nu het proces-verbaal door beide verbalisanten is ondertekend, staat naar het oordeel van het hof - vast dat hetgeen door hen is gerelateerd ook door hen beiden is waargenomen. Het enkele feit dat de verdachte ontkent het woord "kaolo" te hebben gebezigd doet daaraan niet af. Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit kan op basis van het genoemde proces-verbaal tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde worden gekomen, en is een tweede bewijsmiddel niet noodzakelijk. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het woord 'kaolo' heeft geroepen. Uit het proces-verbaal van aanhouding leidt het hof af dat het woord 'kaolo' 'klootzak' betekent; een woord dat beledigend is bedoeld, en mede gelet op de inhoud van dit proces-verbaal, ook in de onderhavige situatie niet anders dan beledigend kan zijn bedoeld en ook door de verbalisanten als zodanig is opgevat."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8dc5e5bd79ef712eaedfbd2bc6ca5a6925f2c735b4108a9a8f95fdb396bab4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8dc5e5bd79ef712eaedfbd2bc6ca5a6925f2c735b4108a9a8f95fdb396bab4b, en de alinea staat in dat document op bytes 18415 tot 19553.