Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015

Onder 3.3. Hoge Raad 24 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:709.

Een uitlating die jegens iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is gedaan, moet als beledigend worden beschouwd in de zin van art. 266 Sr in verbinding met art. 267 Sr, indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Daarvan is in het algemeen sprake indien de uitlating woorden bevat die op zichzelf genomen een beledigend karakter hebben. (Vgl. HR 22 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI5623.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8dc5e5bd79ef712eaedfbd2bc6ca5a6925f2c735b4108a9a8f95fdb396bab4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8dc5e5bd79ef712eaedfbd2bc6ca5a6925f2c735b4108a9a8f95fdb396bab4b, en de alinea staat in dat document op bytes 21707 tot 22149.