Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 24 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:715.
Het hof acht de verklaring van de verdachte omtrent de onderverhuur van het appartement ongeloofwaardig. Uit de stukken in het dossier noch ter terechtzitting in hoger beroep is op enigerlei wijze het bestaan van [betrokkene 1] aannemelijk geworden. De verdachte heeft, behalve een naam, geen nadere gegevens over deze [betrokkene 1] kunnen verstrekken. Voorts heeft de getuige [betrokkene 2], de buurman op nummer [2] aan de [a-straat] te [plaats], verklaard dat de man die op 27 januari 2009 de deur opende van de woning van nummer [1] en door de politie werd aangehouden, te weten de verdachte, de man is die zich samen met een andere man, eerder aan hem had voorgesteld als de nieuwe bewoner van dat pand en zijn zoon en dat die hem een andere keer een fles rosé had cadeau gedaan. Die laatste keer had hij de verdachte en zijn zoon samen uit het appartement op nummer [1] zien komen. [betrokkene 2] verklaarde dat het hem was opgevallen dat er in de woning op nummer [1] licht bleef branden en dat er ramen open stonden. Ook rook hij af en toe een henneplucht in het portiek. De verdachte is in het appartement aangehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d1572149b68561aecdb9d663c31bec0dd8270daaff1b657a64413911e47fc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d1572149b68561aecdb9d663c31bec0dd8270daaff1b657a64413911e47fc8, en de alinea staat in dat document op bytes 9359 tot 10502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22d1572149b68561aecdb9d663c31bec0dd8270daaff1b657a64413911e47fc8 | shasum -a 256