Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015

Onder 3.4.2. Hoge Raad 24 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:716.

Voorts heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat de uit de vastgestelde feiten blijkende bijdrage van de verdachte aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde van zodanig gewicht is dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met de mededaders. Het oordeel dat de verdachte zich aldus tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de verdachte door, zoals het Hof kennelijk bij zijn oordeel heeft betrokken, het bedreigende karakter van zijn aanwezigheid bij de berovingen als deel van de groep en het weglopen met de buit, de strafbare feiten tezamen met mededaders heeft uitgevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6b7e6bdf4614bc9ddbda18a77b20d19f09cfb650950129cec119ca7516040b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6b7e6bdf4614bc9ddbda18a77b20d19f09cfb650950129cec119ca7516040b0, en de alinea staat in dat document op bytes 31897 tot 32690.