Citaat | Hoge Raad 24 maart 2015
Onder 2 Hoge Raad 24 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718.
Het hof hecht geen waarde aan de stelling van de verdediging dat de verdachte zijn gebalde vuist slechts heeft opgeheven ter afdreiging en zelfbescherming vanwege zijn bekendheid met het onberekenbare gedrag van [betrokkene 2] en stelt deze als onaannemelijk ter zijde. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de verdachte bij zijn verhoor door de politie, hoewel hij toen reeds stelde valselijk beschuldigd te worden, zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen en hieromtrent niets heeft verklaard terwijl dat toch voor de hand had gelegen alsmede dat de verdachte vervolgens niet consistent heeft verklaard over de reden om zijn riem om zijn hand te draaien en zijn arm dreigend op te heffen. Tegenover de rechter-commissaris verklaarde de verdachte immers dat hij een riem om zijn hand had gewikkeld "ter bescherming van mijzelf omdat die [betrokkene 2] (hof: bedoeld wordt aangever [betrokkene 2]) een aanvallende houding of beweging aannam of maakte", terwijl de verdachte ter terechtzitting van de politierechter verklaarde: "Ik heb op een gegeven moment een riem om mijn hand gedaan. Ik wilde me kunnen verdedigen in het geval mijn oom weer rare dingen zou gaan doen" (onderstreping hof).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb8aed83107f00a4070d9a210198991fe13c0f6475a16d7e19b0751c1d542317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb8aed83107f00a4070d9a210198991fe13c0f6475a16d7e19b0751c1d542317, en de alinea staat in dat document op bytes 17582 tot 18786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb8aed83107f00a4070d9a210198991fe13c0f6475a16d7e19b0751c1d542317 | shasum -a 256