Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 27 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:741.

Deze stelling kan niet als juist worden aanvaard. Het instellen van een rechtsmiddel behoort niet tot de verplichtingen die krachtens artikel 72 van de Successiewet 1956 door een vereffenaar moeten worden nagekomen. Degene die overeenkomstig de derde afdeling van Titel 6, Boek 4 BW tot vereffening van de nalatenschap is benoemd, maar zelf niet tot de gerechtigden tot de nalatenschap behoort, kan ook niet worden beschouwd als een belanghebbende aan wie de belastingaanslag in het recht van successie (thans erfbelasting) is opgelegd in de zin van artikel 26a Algemene wet inzake rijksbelastingen. Anders dan belanghebbenden betogen komt een vereffenaar daarom geen eigen bevoegdheid toe tot het instellen van rechtsmiddelen tegen belastingaanslagen als de onderhavige. Daaraan doet niet af dat de overeenkomstig Titel 6, Boek 4 BW benoemde vereffenaar de gerechtigden tot de nalatenschap in en buiten rechte kan vertegenwoordigen (vgl. artikel 4:211 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd98049d6bf2eefc80f954b4b84c0b7fbcf634132eb24e0fec3ca8b63d5fb33e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd98049d6bf2eefc80f954b4b84c0b7fbcf634132eb24e0fec3ca8b63d5fb33e, en de alinea staat in dat document op bytes 9638 tot 10608.