Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015

Onder 4.2.2 Hoge Raad 27 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:760.

De waardering van het bewijs is aan het oordeel van de rechter overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt (art. 152 lid 2 Rv). Art. 161 Rv bevat een dergelijke bepaling: een op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een feit heeft begaan, levert dwingend bewijs op van dat feit. Het oordeel van de strafrechter dat een beroep op noodweer slaagt, wordt echter niet door art. 161 Rv bestreken. Dat oordeel maakt immers geen deel uit van de bewezenverklaring. Het heeft betrekking op de strafbaarheid van de verdachte (art. 350 Sv). De aanvaarding van een beroep op noodweer door de strafrechter laat de vrijheid in de bewijswaardering van de burgerlijke rechter dan ook onverlet. Hierop stuit de klacht af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/502f280c398df7df422f898dd3ae212c0350a9aa6a05f630fd8578a38e24369c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 502f280c398df7df422f898dd3ae212c0350a9aa6a05f630fd8578a38e24369c, en de alinea staat in dat document op bytes 13538 tot 14326.