Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015
Onder 3.4.2 Hoge Raad 27 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:761.
Art. 61 lid 1 BVVN vermeldt drie documenten die gelden als verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap als bedoeld in art. 15 lid 4 RWN, te weten (a) een onherroepelijke rechterlijke beschikking waarbij het Nederlanderschap is vastgesteld, (b) een uittreksel uit de basis-administratie, waaruit blijkt dat de betrokkene als Nederlander is aangemerkt, of (c) een verklaring afgegeven door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post, waaruit blijkt dat de betrokkene Nederlander is. Met ingang van 1 januari 2015 is art. 61 lid 1 BVVN aldus gewijzigd dat de onder (c) bedoelde verklaring wordt afgegeven door de Minister van Buitenlandse Zaken (KB van 4 december 2014, Stb. 490). Blijkens de bijbehorende nota van toelichting kan de minister zijn bevoegdheden uit hoofde van het BVVN mandateren aan de functionarissen die betrokken zijn bij het uitvoeringsproces, waardoor de taken voortvloeiend uit het BVVN niet langer plaatsvinden op de diplomatieke en consulaire posten, maar bij de Regionale Service Organisaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d, en de alinea staat in dat document op bytes 14776 tot 15822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d | shasum -a 256