Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015
Onder 3.5.2 Hoge Raad 27 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:761.
In de eerste plaats blijkt uit de preambule van het EVN dat de verdragsluitende staten zich bewust waren van ‘de uiteenlopende benadering van de Staten van het vraagstuk van de meervoudige nationaliteit’ en hebben erkend dat ‘elke Staat vrij is te beslissen welke gevolgen hij in zijn nationale wetgeving hecht aan het feit dat een onderdaan een andere nationaliteit verkrijgt of bezit’. Deze uitgangspunten vinden bevestiging in de opmerking in het Toelichtend Rapport, aangehaald in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.11, dat de bepalingen van (onder meer) Hoofdstuk III EVN, waarvan art. 7 deel uitmaakt, ‘are not self-executing and therefore that States, in transposing them into their internal law, may take into account their own particular circumstances’. Een en ander duidt erop dat de verdragsluitende staten geen rechtstreekse werking van de bepalingen van het EVN hebben beoogd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d, en de alinea staat in dat document op bytes 19007 tot 19933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d | shasum -a 256