Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015
Onder 3.6.2 Hoge Raad 27 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:761.
Bovendien staat vast dat de brief niet voldoet aan het in art. 61 lid 1, aanhef en onder c, BVVN (in de versie die gold tot 1 januari 2015) gestelde vereiste dat deze is afgegeven door het hoofd van een diplomatieke of consulaire post, terwijl de brief voorts – in afwijking van het bepaalde in art. 61 lid 3 BVVN – niet de woorden bevat ‘Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d, en de alinea staat in dat document op bytes 24189 tot 24605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3eb24bebee7bf5228e4f0c8919d197ef30e94fb9ec77b45bfc8a819cbf0085d | shasum -a 256