Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015

Onder 3.4.2 Hoge Raad 27 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:762.

Weliswaar heeft de vrouw in paragraaf 7 van haar memorie van grieven doen opmerken dat tussen partijen niet in geschil is dat een vordering uit hoofde van art. 3:178 BW niet aan verjaring onderhevig is, terwijl een vordering uit hoofde van art. 3:179 lid 2 BW wel na verloop van twintig jaar verjaart, maar deze passage maakt deel uit van de beschrijving van de standpunten van partijen in de procedure in eerste aanleg. Door middel van grief 4 is de vrouw opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat haar vordering tot verrekening van de pensioenrechten is verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c565d00460eeca9d05f27678398cdc6d84b386967da1dfaa6d72ce0201f58ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c565d00460eeca9d05f27678398cdc6d84b386967da1dfaa6d72ce0201f58ec, en de alinea staat in dat document op bytes 20993 tot 21578.