Citaat | Hoge Raad 27 maart 2015
Onder 3.4.3 Hoge Raad 27 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:762.
In het licht van hetgeen hiervoor in 3.4.1 en 3.4.2 is overwogen, is zonder nadere motivering onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld (i) dat de man en de vrouw het ook in hoger beroep erover eens zijn dat een vordering tot verdeling van een overgeslagen goed als bedoeld in art. 3:179 lid 2 BW ingevolge art. 3:306 BW verjaart na verloop van twintig jaar en dat het hof van dit uitgangspunt dient uit te gaan (rov. 5.2) en (ii) dat de vrouw in hoger beroep niet is teruggekomen van haar standpunt dat een vordering tot verdeling van een overgeslagen goed aan een verjaringstermijn van twintig jaar onderhevig is, welke termijn was verstreken op het moment dat zij haar vordering indiende, en dat zij derhalve tegen de op die uitgangspunten berustende beslissing van de rechtbank geen grief heeft opgeworpen (rov. 5.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c565d00460eeca9d05f27678398cdc6d84b386967da1dfaa6d72ce0201f58ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c565d00460eeca9d05f27678398cdc6d84b386967da1dfaa6d72ce0201f58ec, en de alinea staat in dat document op bytes 22028 tot 22864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c565d00460eeca9d05f27678398cdc6d84b386967da1dfaa6d72ce0201f58ec | shasum -a 256