Citaat | Hoge Raad 31 maart 2015
Onder 2.7. Hoge Raad 31 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:768.
Het Hof heeft geoordeeld dat de inhoud van de door de AIVD afgeluisterde telefoongesprekken van de journalisten in de strafzaak tegen de verdachte voor het bewijs mag worden gebezigd. Daarin ligt als het oordeel van het Hof besloten dat het recht van de journalist op bescherming van journalistieke bronnen geen grond vormt om jegens de verdachte, aan wie het in strijd met haar functie als medewerker van de AIVD verstrekken van staatsgeheime informatie aan de pers is tenlastegelegd, het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting te verbinden aan de vrucht van het door de CTIVD jegens de journalisten als niet-proportioneel aangemerkte handelen van de AIVD. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de opvatting waarop de klacht berust, te weten dat de verdachte op gelijke voet als de journalist door het recht op vrije nieuwsgaring is beschermd tegen onthulling van haar identiteit als 'bron' en tegen het gebruik van de inhoud van uit afgeluisterde gesprekken van journalisten afkomstige informatie voor het bewijs van het haar tenlastegelegde, geen steun vindt in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f501687f5ef83b889e01d6877996ab240754e81ac30b8264198dbf228fa8a2af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f501687f5ef83b889e01d6877996ab240754e81ac30b8264198dbf228fa8a2af, en de alinea staat in dat document op bytes 31880 tot 33046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f501687f5ef83b889e01d6877996ab240754e81ac30b8264198dbf228fa8a2af | shasum -a 256