Citaat | Hoge Raad 31 maart 2015

Onder 2.3. Hoge Raad 31 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:769.

Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Hof in het midden heeft gelaten of en in hoeverre de verdachte opzettelijk betrokken is geweest bij het verstrekken door [medeverdachte] aan Van der Graaf van de bewuste informatie. Daarbij neemt de Hoge Raad voorts in aanmerking dat het Hof weliswaar de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep niet geloofwaardig heeft geacht, maar dat het Hof die ongeloofwaardigheid klaarblijkelijk alleen betrokken heeft op de verklaring van de verdachte dat [medeverdachte] niet bij het gesprek van de verdachte en Van der Graaf aanwezig is geweest en dat [medeverdachte] niet op de hoogte was van het doel van die ontmoeting, maar niet op de verklaring voor zover deze inhoudt dat Van der Graaf en hij die avond hebben gesproken over een affaire die zich in de oorlog had afgespeeld en betrekking had op de grootvader van [medeverdachte] en waarnaar hij onderzoek deed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac10dbb6f46518bdf524d7780add74d55656a1c95d36e678f7846594504b4795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac10dbb6f46518bdf524d7780add74d55656a1c95d36e678f7846594504b4795, en de alinea staat in dat document op bytes 27643 tot 28581.