Citaat | Hoge Raad 31 maart 2015

Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 maart 2015

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:769.

hij in de periode van 15 mei 2009 tot en met 4 juni 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen een inlichting die van een verboden plaats afkomstig was en tot de veiligheid van de staat in betrekking stond opzettelijk openbaar heeft gemaakt, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een zodanige inlichting betrof, door toen en daar tezamen en in vereniging met een ander informatie met betrekking tot de beveiliging van de dalai lama in verband met zijn bezoek aan Nederland, afkomstig van een plaats die in gebruik was van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, welke plaats als verboden plaats was aangewezen, te verstrekken aan J.G. van der Graaf, journaliste van De Telegraaf, terwijl zij wisten of redelijkerwijs hadden moeten vermoeden dat die Van der Graaf en/of De Telegraaf een artikel zou(den) gaan publiceren/ schrijven in De Telegraaf in verband met deze informatie, waarna deze informatie, verwerkt in een artikel, op 4 juni 2009 in De Telegraaf is gepubliceerd, terwijl hij, verdachte, op de hoogte was dat zijn mededader, [medeverdachte], werkzaam was bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en uit hoofde van die functie beschikte over die informatie."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac10dbb6f46518bdf524d7780add74d55656a1c95d36e678f7846594504b4795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac10dbb6f46518bdf524d7780add74d55656a1c95d36e678f7846594504b4795, en de alinea staat in dat document op bytes 7445 tot 8683.