Citaat | Hoge Raad 31 maart 2015
Onder 2.4. Hoge Raad 31 maart 2015
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:772.
Het verzoek van de verdediging strekt ertoe de moeder van medeverdachte [medeverdachte] te (doen) horen als getuige, naar aanleiding van een eerdere verklaring van die medeverdachte dat het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag van diens moeder afkomstig is. Het Hof heeft het verzoek afgewezen op de enkele grond dat "er gelegenheid was om het verzoek (geruime tijd) voor de zitting te doen" zodat "aan het belang van een voortvarende afhandeling het meeste gewicht moet worden toegekend". Aldus heeft het Hof zijn beslissing niet toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de verdediging ook in eerste aanleg heeft verzocht deze getuige te doen horen, dat de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en dat uit de stukken van het geding niet blijkt welke concrete andere belangen dan het belang van een voortvarende afhandeling het Hof in zijn beoordeling heeft betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3bb93adf894a3acdfc9e1343b1998c60225b738ce078b62f979b9d127a541b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3bb93adf894a3acdfc9e1343b1998c60225b738ce078b62f979b9d127a541b1, en de alinea staat in dat document op bytes 10253 tot 11162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3bb93adf894a3acdfc9e1343b1998c60225b738ce078b62f979b9d127a541b1 | shasum -a 256