Citaat | Hoge Raad 16 januari 2015

Onder 2.2.1. Hoge Raad 16 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:81.

Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die de conclusie rechtvaardigen dat zij niet aan haar hiervoor in 2.1.8 genoemde verklaring kan worden gehouden. Het Hof heeft daartoe onder meer overwogen dat, gelet op de deskundigheid van beide ondertekenaars van de verklaring, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onaannemelijk is dat zij ten tijde van de ondertekening van de verklaring niet bekend waren met de uiterste termijn waarop de aanslag diende te worden opgelegd en met de juridische gevolgen van het ondertekenen van de verklaring. Belanghebbende heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel leiden dat zij haar stelling dat de Inspecteur haar onder valse voorwendselen de verklaring heeft doen afleggen aannemelijk heeft gemaakt, aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d4bbc489a1d4fd37fb40c2b53d884bee3e932fd27d16f3c3793036ab5a462c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d4bbc489a1d4fd37fb40c2b53d884bee3e932fd27d16f3c3793036ab5a462c8, en de alinea staat in dat document op bytes 12971 tot 13836.