Citaat | Hoge Raad 3 april 2015
Onder 3.1 Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831.
(ii) Bij leveringsakte van 29 februari 1988 hebben [betrokkene 2] en [betrokkene 3], zonen van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 2 + betrokkene 3]), de eigendom van een pand verkregen (hierna: het pand) tegen een koopprijs van ƒ 230.000,-- (€ 104.369,44). (iii) In de leveringsakte is een aanbiedingsplicht opgenomen, voor zover van belang inhoudend dat ieder van [betrokkene 2 + betrokkene 3], alvorens tot gehele of gedeeltelijke vervreemding van zijn aandeel in het pand over te gaan, gehouden is dat aandeel eerst schriftelijk aan [betrokkene 1] aan te bieden “voor een prijs gelijk aan het te vervreemden aandeel in de in de leveringsakte gemelde koopsom”. Verder is daarin bepaald dat indien één van [betrokkene 2 + betrokkene 3] deze verplichting niet nakomt, deze ten behoeve van [betrokkene 1] een onmiddellijk opeisbare boete groot ƒ 100.000,-- verbeurt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b059801e525ff302d97f2e7b589fe59dec1a0c68f7322f7db03cf14077516d55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b059801e525ff302d97f2e7b589fe59dec1a0c68f7322f7db03cf14077516d55, en de alinea staat in dat document op bytes 9651 tot 10542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b059801e525ff302d97f2e7b589fe59dec1a0c68f7322f7db03cf14077516d55 | shasum -a 256