Citaat | Hoge Raad 3 april 2015

Onder 3.5.1 Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831.

In het onderhavige geval staat vast dat De Novitaris voorafgaand aan de gevraagde ambtsverrichting op de hoogte was van de aanbiedingsplicht en het daaruit voortvloeiende recht van [betrokkene 1]. Ook staat vast dat De Novitaris geen uitsluitsel heeft gekregen over de voldoening door [betrokkene 2 + betrokkene 3] aan hun aanbiedingsplicht. In het oordeel van het hof ligt besloten dat het heeft onderzocht of De Novitaris, toen werd verzocht ministerie te verlenen ter effectuering van de inmiddels tussen [betrokkene 2 + betrokkene 3] en [betrokkene 4] gesloten koop-overeenkomst, tot het oordeel kon komen dat het recht van [betrokkene 1] geen beletsel opleverde om de beoogde levering van het pand aan [betrokkene 4] doorgang te laten vinden. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.4.2-3.4.6 is overwogen, heeft het hof de juiste maatstaf aangelegd. In zoverre faalt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b059801e525ff302d97f2e7b589fe59dec1a0c68f7322f7db03cf14077516d55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b059801e525ff302d97f2e7b589fe59dec1a0c68f7322f7db03cf14077516d55, en de alinea staat in dat document op bytes 25065 tot 25953.