Citaat | Hoge Raad 16 januari 2015

Onder 3.6.1 Hoge Raad 16 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:84.

Deze klacht treft doel. In het tussen de Provincie en [B] gevoerde arbitrale geding hebben arbiters immers onder meer geoordeeld dat de hiervoor in 3.1 onder (iii) bedoelde betaling door Friesland Bank ten laste van de Provincie aan Fortis Bank heeft te gelden als termijnbetaling door de Provincie op de met [B] overeengekomen aanneemsom en dat de Provincie aldus heeft voldaan aan haar verplichting jegens [B] tot vergoeding van de waarde van de door deze verrichte prestatie. Op deze grond hebben arbiters de op die verplichting gebaseerde vordering van [B] op de Provincie afgewezen. Uitgangspunt kan daarom in beginsel zijn - als bindend door arbiters in de rechtsverhouding van de betrokken partijen vastgesteld - dat de vordering die de Provincie in verband met de hiervoor in 3.1 onder (iii) bedoelde betaling toekwam, is tenietgegaan. De Provincie heeft in het onderhavige geding niet aangevoerd dat dit oordeel van arbiters een fout of vergissing betreft die in de rechtsverhouding tussen haar en [B] ongedaan is of wordt gemaakt. Zij heeft uitsluitend aangevoerd dat zij aan het oordeel van arbiters in haar relatie tot [A] niet is gebonden en dat zij daarom (in de verhouding met [B] alsnog) haar schuld kan verrekenen met andere vorderingen dan zijn bedoeld in het arbitrale vonnis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fafc316d039c25cb299a5ddd9f0f93dc6e8699d8c8315d29d8e2b5002e89ca50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fafc316d039c25cb299a5ddd9f0f93dc6e8699d8c8315d29d8e2b5002e89ca50, en de alinea staat in dat document op bytes 14076 tot 15385.