Citaat | Hoge Raad 3 april 2015
Onder 5 Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:841.
5.2.5 Onderdeel II.4 neemt terecht tot uitgangspunt dat de rechter, indien een daarop gericht verweer wordt gevoerd, dient te onderzoeken of in het concrete geval de handhaving van een intellectueel eigendomsrecht afstuit op een ander grondrecht. Weliswaar dient reeds bij de totstandbrenging van regelgeving betreffende intellectuele eigendom een juist evenwicht tussen de diverse grondrechten te worden verzekerd, maar dat laat onverlet dat ook de rechter in een hem voorgelegd geschil, indien de stellingen van de aangesproken partij daartoe aanleiding geven, dient te onderzoeken of in de omstandigheden van het geval bij toewijzing van de gevraagde maatregel, gelet op het beginsel van proportionaliteit, niet te zeer afbreuk wordt gedaan aan het grondrecht waarop de aangesproken partij zich beroept (vgl. bv. HvJEU 24 november 2011, zaak C-70/10, ECLI:EU:C:2011:771, NJ 2012/479 (Scarlet/Sabam), HvJEU 27 maart 2014, zaak C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel Wien) en EHRM 10 januari 2013, zaak 36769/08, ECLI:NL:XX:2013:BZ9845 (Ashby Donald e.a./Frankrijk)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0404554c6271755b836bb57bae67ab9a19690429923fae2691a4ce646a1020c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0404554c6271755b836bb57bae67ab9a19690429923fae2691a4ce646a1020c7, en de alinea staat in dat document op bytes 27423 tot 28510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0404554c6271755b836bb57bae67ab9a19690429923fae2691a4ce646a1020c7 | shasum -a 256